Elektrisch varen versus varen benzineaandrijving: de feiten

Elektrisch varen begint zo langzaamaan volwassen te worden, echter zijn er nog steeds veel hardnekkige vooroordelen tegen deze vorm van aandrijving.
In dit artikel kijken we naar de feitelijke cijfers van beide vormen.

Een veelgehoord argument tegen elektrisch varen is dat de actieradius van een dergelijke aandrijving een groot obstakel is. Uitgaande van de door Inshore Creative gebouwde Machinist010 elektrische sloep, welke standaard uitgerust is met een 2 kilowatt elektromotor en een accucapaciteit van 520 ampère-uur, komen we bij de op de meeste recreatie-wateren toegestane 6 kilometer per uur uit op een verbruik van 900 watt. De ingebouwde AGM-accu’s kunnen veilig tot 30% capaciteit ontladen worden, zonder de optimale levensduur van de accu’s aan te tasten. Dit komt dus neer op een effectieve capaciteit van 364 ampère-uur. Een kleine rekensom leert ons dat met deze capaciteit en snelheid er dus 9,7 uur gevaren kan worden, wat gelijk staat aan een actieradius van 58,24 kilometer.
Dat staat gelijk aan een tochtje van Hartje Rotterdam naar Den Haag én weer terug, met nog een paar kilometer wisselgeld. Om met een benzinemotor op een verglijkbare boot dezelfde actieradius bij dezelfde snelheid te halen, gaan we uit van een 5 pk motor, voorzien van een 22 liter brandstoftank.
Een snelle zoektocht op internet toont ons dat het verbruik van een 5 pk tweetaktmotor zo rond de 2,5 liter per uur ligt, wat met de bovengenoemde brandstofcapaciteit dus neerkomt
op 8,8 uur varen. Omdat zowel de elektromotor als de benzinemotor in dit rekenvoorbeeld beide niet op vol vermogen draaien voor de beoogde snelheid gaan we voor de benzinemotor uit van een verbruik van 2 liter per uur, wat dus gelijk staat aan 11 uur varen. Na 11 uur gevaren te hebben met een snelheid van 6 kilometer per uur hebben dus 66 kilometer afgelegd.

Een ander argument is dat elektrische aandrijving veel duurder is als benzine-aandrijving.
Kijken we naar de in de vorige alinea genoemde waarden, heeft de elektrische boot op zijn tocht 364 ampère-uur verbruikt. De ingebouwde acculader herlaadt de accu’s met 50 ampère bij 24 volt.
Hierbij wordt aan de ingaande 230 volt kant 8 ampère gebruikt, wat gelijk staat aan 1,84 kw.
De laadtijd om de accu’s weer naar 100% op te laden bedraagt ongeveer 7,5 uur, waarin dus 13,8 Kwh gebruikt wordt. Met de huidige energieprijzen van gemiddeld €0,22 cent per kwh heeft de reis dus  €3,03 gekost.
De benzineboot uit de vorige alinea heeft op dezelfde afstand 19,41 liter benzine gebruikt, wat met de huidige benzineprijzen van gemiddeld €1,775 neerkomt op €34,45.
Hoewel dit al een voordeel van €31,42 voor de elektrische sloep is, is dit kostenplaatje nog niet compleet; aan de kant van de elektrische sloep ontbreekt nog de afschrijving van de accu’s, en aan de kant van de benzine-boot ontbreken nog de kosten voor olie, filters, koelvloeistof en onderhoud.
Deze kosten tegen elkaar weg te strepen geeft een redelijk eerlijke balans.

Helaas is een veelgehoorde vraag: wat doe ik als ik in “the middle of nowhere” met mijn elektrische boot met lege accu’s zit? Voor deze vraag zijn gelukkig geen ingewikkelde vergelijkingen nodig, daar het antwoord hierop exact hetzelfde is voor de vraag wat u moet doen als u met uw benzineboot “in the middle of nowhere” met een lege tank zit, namelijk: roeien.